Hoe vaak de kinderen bij de andere ouder verblijven, hangt van geval tot geval af. Er zijn geen vaste dagen of tijden te geven.

Tot in de jaren negentig was het heel gebruikelijk dat de kinderen bij de ene ouder woonden en gedurende een weekend per veertien dagen bij de andere ouder verbleven. Dit gebeurde met de achterliggende gedachte dat de andere ouder door de week fulltime werkte en dan niet in staat was de kinderen op te vangen, maar wel in het weekend. De weekenden – de vrije tijd van de kinderen - werden aldus verdeeld over de beide ouders.

Nu worden vaak nog steeds de weekenden verdeeld tussen de ouders. Soms is dat weekend uitgebreid, bv. van einde school op vrijdag tot aanvang school op maandagmorgen. Ook komt het vaak voor dat het weekend begint op vrijdagavond of zaterdagmorgen en eindigt op zondagmiddag voor het avondeten, of zondagavond ongeveer een uur voor bedtijd.

Sinds midden jaren negentig is in onze samenleving steeds meer de gedachte opgekomen dat beide ouders hun kinderen moeten opvoeden, ook na een scheiding. Het komt daarom steeds vaker voor dat de zorg voor de kinderen zoveel mogelijk gelijk verdeeld wordt en bijvoorbeeld wordt afgestemd op de werktijden van de ouders. De ‘Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding’ – die onder meer het ouderschapsplan verplicht maakte – heeft ervoor gezorgd dat er momenteel een groter aantal verblijfsregelingen wordt gesloten die meer inhouden dan één weekend in de veertien dagen.

Soms wordt de zorg voor de kinderen helemaal of nagenoeg gelijk over de ouders verdeeld. Dat heet co-ouderschap. Hier is meer informatie daarover te vinden.

Het kan ook zo geregeld zijn dat de zorg niet gelijk verdeeld is, maar dat de kinderen buiten het gebruikelijke weekend per veertien dagen, meer tijd verblijven bij de ouder waar zij niet hun hoofdverblijf hebben. Soms is dat voorafgaand of aansluitend aan het weekend, soms is dat ook tussendoor een middag, avond en nacht in de week.

Soms zijn er speciale situaties, zoals bijvoorbeeld bij onregelmatige diensten of een wisselend werkrooster van één van de ouders. Indien dat werkrooster er ook al tijdens het huwelijk was, is dat meestal een goede reden om daar nu bij aan te sluiten en de omgangsregeling daarop aan te passen, ook als de andere ouder daar – vaak ingegeven door de scheiding - niet meer voor voelt. Toch moet in zo’n situatie goed bekeken worden hoe de verblijfsregeling het beste vorm gegeven kan worden.

Het komt ook voor dat er andere afspraken met betrekking tot omgang worden gemaakt. Soms zijn er zeer beperkte omgangstijden, bv. een middag in een weekend of meerdere keren per week gedurende enkele uren. Vaak hangen die samen met de specifieke situatie van het kind – dat bv ziek is of beperkingen heeft of wellicht zeer jong is – of de situatie van één van de ouders.

Tenslotte komt het ook voor dat beide ouders afspreken dat zij om de beurt in de woning voor de kinderen zorgen, terwijl zij de andere tijd elders verblijven. Soms wordt zelfs gezamenlijk een ander appartement gehuurd, waarin de beide ouders om beurten verblijven (wanneer zij niet voor de kinderen zorgen). De ervaring leert dat deze oplossing niet op langere termijn gehandhaafd blijft omdat de ouders het gevoel hebben continu op reis te zijn. Toch kan het een oplossing zijn voor de korte termijn in afwachting van bv. verkoop van de echtelijke woning.

E-MAIL: INFO@TONVANMIL.NL        TEL 043-3672119
Scheidingsadvocaat Ton van Mil | Mediation bij scheidingen ✔ VFAS aangesloten ✔ NMI Register Mediator | Veel gestelde vragen alles over Scheiden
Koning Clovisstraat 53
Maastricht
Limburg
6226 AE
Nederland