Nieuws

Hier vindt u alle nieuwsitems. De meest recente staan bovenaan.
09-11-2016
Indexering alimentatie per 1 januari 2017 is 2,1%

Het indexeringspercentage van de alimentatie per 1 januari 2017 is vastgesteld op 2,1%

Kun je afspreken om af te zien van indexering van alimentatie?
Partijen kunnen bij overeenkomst (en ook de rechter kan op verzoek van partijen in een uitspraak) de wettelijke indexering uitsluiten. In dat geval zien partijen dus uitdrukkelijk af van indexering van alimentatie. 

De afspraak om geen indexering van alimentatie toe te passen, kan betrekking hebben op het gehele percentage, maar kan ook betreffen een bepaalde periode waarin de wettelijke indexering buiten toepassing zal blijven. Ook kan een andere regeling worden overeengekomen, zoals een eigen bedacht percentage of een gedeelte van het wettelijke percentage, bijvoorbeeld de helft.. 

Van rechtswege indexering
Indien de wettelijke indexering niet is uitgesloten - dus ook in het geval u er niets over heeft afgesproken - bent u als alimentatieplichtige zelf verantwoordelijk voor het verhogen van de onderhoudsbijdrage per 1 januari 2017. Dit geldt ongeacht of  de alimentatiegerechtigde op de wettelijke verhoging aanspraak maakt.

Indexering vergeten? maximaal 5 jaar terug

Indien de alimentatieplichtige en alimentatiegerechtigde vergeten zijn de indexering toe te passen, moet de indexering alsnog met terugwerkende kracht worden toegepast. Alleen de indexering die de laatste 5 jaar niet betaald is, kan de alimentatiegerechtigde alsnog krijgen van de alimentatiegerechtigde. Hetgeen eerder niet betaald is, is verjaard.

Kortom?
Om problemen te voorkomen is het van belang om ieder jaar rond deze tijd te kijken wat de wettelijke indexering is voor het nieuwe jaar en tijdig zorg te dragen voor betaling van die alimentatie.

23-8-2016
Klik hiernaast op de knop 'Alles over scheiden" en er gaat een wereld voor u open.

   .

17 november 2015
Indexering alimentatie per 1 januari 2016 is 1,3%

Het indexeringspercentage van de alimentatie per 1 januari 2016 is vastgesteld op 1,3%

Uitsluiten van de wettelijke indexering?
Partijen kunnen bij overeenkomst (en ook de rechter kan op verzoek van partijen in een uitspraak) de wettelijke indexering uitsluiten. In dat geval zien partijen dus uitdrukkelijk af van indexering van alimentatie. De uitsluiting kan betrekking hebben op het gehele percentage, maar kan ook betreffen een bepaalde periode waarin de wettelijke indexering buiten toepassing zal blijven. Ook kan een alternatieve regeling worden overeengekomen, zoals een eigen bedacht percentage of een gedeelte van het wettelijke percentage, bijvoorbeeld de helft.. Het is dan ook van belang om na te gaan of de wettelijke indexering in uw geval van toepassing is.

Van rechtswege indexering
Indien de wettelijke indexering niet is uitgesloten - dus ook in het geval u er niets over heeft afgesproken - bent u als alimentatieplichtige zelf verantwoordelijk voor het verhogen van de onderhoudsbijdrage per 1 januari 2016. Dit geldt ongeacht of  de alimentatiegerechtigde op de wettelijke verhoging aanspraak maakt.

Indexering vergeten? maximaal 5 jaar terug

Indien de alimentatieplichtige en alimentatiegerechtigde vergeten zijn de indexering toe te passen, moet de indexering alsnog met terugwerkende kracht worden toegepast. Alleen de indexering die de laatste 5 jaar niet betaald is, kan de alimentatiegerechtigde alsnog krijgen van de alimentatiegerechtigde. Hetgeen eerder niet betaald is, is verjaard.

Kortom?
Om problemen te voorkomen is het van belang om ieder jaar rond deze tijd te kijken wat de wettelijke indexering is voor het nieuwe jaar en tijdig zorg te dragen voor betaling van die alimentatie.

9 oktober 2015
Hoge Raad wijst alimentatierechters de juiste weg

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het kindgebonden budget niet in mindering gebracht mag worden op de behoefte van de kinderen, maar alleen mag worden bij de draagkracht van de ouders.

Dit jaar ontstond veel commotie toen het kindgebonden budget voor veel alleenstaande ouders toenam tot soms wel 350 euro per maand en dit bedrag in mindering gebracht moest worden op de behoefte aan kinderalimentatie

De uitspraak van de Hoge Raad heeft tot gevolg dat bij berekeningen van kinderalimentatie sinds 1-1-2013 onjuiste uitgangspunten zijn genomen (daar is immers ten onrechte het toen nog lagere kindgebonden budget bij de behoefte betrokken, terwijl dat niet moest). 

Vooral voor berekeningen vanaf 1-1-2015 waarin het (toen veel hogere) kindgebonden budget in mindering op de behoefte van de kinderalimentatie is gebracht, is nu duidelijk geworden dat die aftrek niet toegepast had moeten worden en dient de alimentatie herberekend te worden, waarbij het kindgebonden budget bij de draagkracht moet worden meegeteld.

18 februari 2015
Nieuw wetsvoorstel kinderalimentatie ingediend bij 2e kamer

Na een voorbereiding van 3 jaar hebben Jeroen Recourt (2e kamerlid PvdA, oud-rechter) en Ard van de Steur (2e kamerlid VVD) een wetsvoorstel tot herziening van de kinderalimentatie ingediend.

Kern van het plan is dat ouders gezamenlijk met een internettool (een programma op internet) kunnen berekenen hoe hoog de kinderalimentatie is. Bij de berekening wordt rekening gehouden met:
- hoeveel geld de kinderen nodig hebben
- het inkomen van beide ouders 
- hoeveel beide ouders zorgen voor de kinderen.

Die internettool, zo is de verwachting van de indieners, zal veel conflicten over de hoogte van kinderalimentatie voorkomen, waardoor kinderen minder last zouden hebben van de scheiding.

Tot nu toe is het zo dat de expertgroep alimentatienormen, een werkgroep van rechters van alle rechtbanken en hoven, ingewikkelde regels uitvaardigen voor de berekening van kinder- en partneralimentatie. Zonder hulp van een gespecialiseerd advocaat of scheidingsmediator zijn die regels voor partijen bij een scheiding niet te begrijpen. Recourt en van de Steur willen dat daar verandering in komt en willen dat partijen zelf een alimentatieberekening kunnen maken en begrijpen. De vraag is wel of dat voor iedereen mogelijk is.

Na de eerdere aankondiging van dit wetsvoorstel heeft de expertgroep al  ingrijpende wijzigingen voorgesteld, naar mijn mening zeker ook voor een deel om daadwerkelijke indiening van dit wetsvoorstel tegen te gaan. Zo werd toen door de expertgroep de zogenaamde zorgkorting geïntroduceerd, een nieuwe regel die de hoogte van de alimentatie beperkt als de alimentatieplichtige meer voor de kinderen zorgt. 

Onderdeel van het plan van PvDA en VVD was namelijk ook dat de rechters niet langer beslissen over de hoogte van kinderalimentatie. Dat betekent het wegvallen van veel banen van rechters die dat doen.

De vraag is hoe de expertgroep nu zal reageren op het plan van de 2 regeringspartijen. Als het wetsvoorstel wet wordt, hebben de rechters over een jaar wellicht geen zeggenschap meer over de hoogte van de kinderalimentatie. Het LBIO zal dan in geschillen beslissen over de hoogte van de kinderalimentatie, zo is althans de verwachting.

Zouden de rechters eindelijk uit hun ivoren toren kunnen afdalen en een voor iedereen hanteerbare berekening van kinderalimentatie kunnen maken, die rekening houdt met kosten van kinderen, inkomen van partijen en de hoeveelheid zorg voor hun kinderen? Dat zou volgens mij voor iedereen (partijen, advocaten en rechters) de beste oplossing zijn.

17-11-2014
Indexering alimentatie per 1 januari 2015 is 0,8%

Het indexeringspercentage van de alimentatie per 1 januari 2015 is vastgesteld op 0,8%.

Uitsluiten van de wettelijke indexering?
Partijen kunnen bij overeenkomst (en ook de rechter kan op verzoek van partijen in een uitspraak) de wettelijke indexering uitsluiten. In dat geval zien partijen dus uitdrukkelijk af van indexering van alimentatie. De uitsluiting kan betrekking hebben op het gehele percentage, maar kan ook betreffen een bepaalde periode waarin de wettelijke indexering buiten toepassing zal blijven. Ook kan een alternatieve regeling worden overeengekomen, zoals een eigen bedacht percentage of een gedeelte van het wettelijke percentage, bijvoorbeeld de helft.. Het is dan ook van belang om na te gaan of de wettelijke indexering in uw geval van toepassing is.

Van rechtswege indexering
Indien de wettelijke indexering niet is uitgesloten - dus ook in het geval u er niets over heeft afgesproken - bent u als alimentatieplichtige zelf verantwoordelijk voor het verhogen van de onderhoudsbijdrage per 1 januari 2015. Dit geldt ongeacht of  de alimentatiegerechtigde op de wettelijke verhoging aanspraak maakt.

Indexering vergeten? maximaal 5 jaar terug

Indien de alimentatieplichtige en alimentatiegerechtigde vergeten zijn de indexering toe te passen, moet de indexering alsnog met terugwerkende kracht worden toegepast. Alleen de indexering die de laatste 5 jaar niet betaald is, kan de alimentatiegerechtigde alsnog krijgen van de alimentatiegerechtigde. Hetgeen eerder niet betaald is, is verjaard.

Kortom?
Om problemen te voorkomen is het van belang om ieder jaar rond deze tijd te kijken wat de wettelijke indexering is voor het nieuwe jaar en tijdig zorg te dragen voor betaling van die alimentatie.

8 oktober 2014
De Wet hervorming kindregelingen treedt per 1 januari 2015 in werking.

Door de wet hervorming kindregelingen verandert er veel:

- de fiscale aftrek voor het betalen van kinderalimentatie vervalt helemaal. 

- voor alleenstaande ouders vervalt de alleenstaande ouderkorting (een extra heffingskorting). Daarvoor komt in de plaats de 'alleenstaande ouderkop' voor alleenstaande ouders, die recht geeft op maximaal € 254,- extra inkomen per maand.

- de extra toeslagen in uitkeringswetten voor alleenstaande ouders komen te vervallen. De alleenstaande ouder krijgt dezelfde uitkering als een alleenstaande. 

- boven een inkomen van € 19.767,- wordt het kindgebonden budget afgebouwd, tot en met 2014 lag die grens bij € 26.147,-.


U kunt in de tabel kindgebonden budget vinden hoeveel kindgebonden budget u in 2015 krijgt. Deze tabel vindt u hier.




16 juli 2014
Per 1 januari 2015 zal het fiscaal voordeel bij het betalen van kinderalimentatie geheel komen te vervallen. In 2014 is het minimumbedrag aan kinderalimentatie om fiscaal voordeel te krijgen € 139,- per maand geworden. Het fiscaal voordeel is ook soms 30% omlaag gegaan.

Al enkele jaren kun je behoorlijk fiscaal voordeel krijgen als betalende ouder voor je niet-inwonende kinderen, die veelal bij je ex-partner wonen. afhankelijk van het belastingtarief en de leeftijd van je kind was het fiscaal voordeel tussen 36 en 72 euro per maand per kind.

Per 1 januari 2014 is het minimumbedrag voor de fiscale aftrek LOK (levensonderhoud kinderen) verhoogd tot € 139,- per maand per kind. Betaal je bv € 136,- per maand voor één kind dan is er voortaan geen fiscaal voordeel meer.

Welke uitgaven kun je meetellen? de belastingdienst noemt de volgende uitgaven: 
- alimentatie die u voor uw kind betaalt
- uitgaven voor kleding of voeding
- premies die u betaalt voor een zorgverzekering voor uw kind.
Ook kosten aan huisvesting, (niet-overdreven) inrichting, kosten studie (school-, boeken- en examengelden), zakgeld, vakantiekosten, reiskosten zijn m.i. kosten die u kunt opvoeren.

Ook is per 1 januari 2014 het fiscaal voordeel omlaaggegaan.
Per 1 januari 2015 zal de aftrek levensonderhoud helemaal verdwijnen.
Lees hier meer over de exacte fiscaal voordeel dat u per maand per kind in 2014 kunt aftrekken bij de inkomstenbelasting.

2 december 2013
Kleine fiscale wijzigingen per 1-1-2014,
Grote wijzigingen verwacht per 1-1-2015

De 1e belastingschijf gaat gedurende 1 jaar omlaag van 37% naar 36,25%, de algemene heffingskorting gaat voor hogere inkomens omlaag, de aftrek voor specifieke ziektekosten vervalt (vooral nadelig voor mensen met veel ziektekosten), de eerder aangekondigde bezuiniging op de kinderbijslag gaat niet door. 

Per 1 januari 2015 worden grotere wijzigingen verwacht: van de 11 kindregelingen en heffingskortingen blijven er nog maar 4 over.

Welke elf kindregelingen zijn er nu nog?

1. De kinderbijslag;
2. Het kindgebonden budget;
3. De kinderopvangtoeslag;
4. Een aanvulling op een sociaal-minimum uitkering voor alleenstaande ouders;
5. De Tegemoetkoming onderwijs- en schoolkosten WTOS;
6.De Tegemoetkoming ouders thuiswonende gehandicapte kinderen TOG;
7. De alleenstaande ouderkorting;
8. De aanvullende alleenstaande ouderkorting;
9. De inkomensafhankelijke combinatiekorting;
10. De aftrek levensonderhoud kinderen tot 21 jaar;
11. De ouderschapsverlofkorting.

Al deze regelingen zorgen voor een extra inkomen en zijn een gedeeltelijke tegemoetkoming in de kosten van een kind. Het verschil zit erin dat regelingen 1 tot en met 6 regelingen zijn waarbij er geld op uw rekening wordt gestort door de belastingdienst en regelingen 7 tot en met 11 fiscale regelingen zijn die via uw belastingaangifte inkomstenbelasting lopen, de zogenaamde heffingskortingen.

Welke vier kindregelingen in 2015?

Vanaf 1 januari 2015, zijn de volgende regelingen voor uw kind over:
1. De kinderbijslag;
2. Het kindgebonden budget;
3. De kinderopvangtoeslag;
4. De inkomensafhankelijke combinatiekorting.

In 2014 wordt er circa 10 miljard uitgegeven aan kindregelingen, in 2015 moet dat 880 miljoen minder zijn. Dat betekent dat weliswaar zeven regelingen vervallen als zelfstandige regeling, maar een deel daarvan terugkomt als een toevoeging, een soort kop op het kindgebonden budget, de zogeheten koptoeslag. 

Voor de betalers van kinderalimentatie valt het belastingvoordeel weg: de aftrek levensonderhoud voor kinderen tot 21 jaar vervalt (in de praktijk is dit recht er meestal tot het kind 18 jaar wordt, omdat er bij een recht op de Wet StudieFinanciering van het kind ook geen recht op de aftrek levensonderhoud meer bestaat)

De regelingen die er in 2015 nog zijn, zullen veranderen door een andere inkomenstoets of vermogenstoets. 

Ook al is bekend geworden dat de kinderbijslag niet inkomensafhankelijk wordt per 1 januari 2015, toch kun je er vanuit gaan dat het de bedoeling is dat het overblijvende budget voor kinderen zoveel mogelijk terecht komt bij de huishoudens die het hardste dit geld nodig hebben. Voor mensen met een inkomen boven het minimum zullen de gevolgen daarom het grootst zijn. 

22 november 2013
Indexering alimentatie per 1 januari 2014 is vastgesteld op 0,9%.

Ingevolge artikel 1:402a BW stelt  de Minister van Justitie elk jaar het percentage vast waarmee de onderhoudsbijdrage van rechtswege wordt gewijzigd. De vastgestelde indexering geldt zowel voor de door de rechter bepaalde alimentatie als voor de door partijen overeengekomen alimentatie.

Uitsluiten van de wettelijke indexering?
Partijen kunnen bij overeenkomst (en ook de rechter kan op verzoek van partijen in een uitspraak) de wettelijke indexering uitsluiten. De uitsluiting kan betrekking hebben op het gehele percentage, maar kan ook betreffen een bepaalde periode waarin de wettelijke indexering buiten toepassing zal blijven. Ook kan een alternatieve regeling worden overeengekomen. Het is dan ook van belang om na te gaan of de wettelijke indexering in uw geval van toepassing is.

Van rechtswege indexering
Indien de wettelijke indexering niet is uitgesloten, bent u als alimentatieplichtige zelf verantwoordelijk voor het verhogen van de onderhoudsbijdrage per 1 januari 2014. Dit geldt ongeacht of  de alimentatiegerechtigde op de wettelijke verhoging aanspraak maakt.

Indexering vergeten? maximaal 5 jaar terug

Indien de alimentatieplichtige en alimenatiegerechtigde vergeten zijn de indexering toe te passen, moet de indexering alsnog met terugwerkende kracht worden toegepast. Alleen de indexering die de laatste 5 jaar niet betaald is, kan de alimentatiegerechtigde nog navorderen van de alimentatiegerechtigde.

Kortom?
Om problemen te voorkomen is het van belang om ieder jaar rond deze tijd te kijken wat de wettelijke indexering is voor het nieuwe jaar en tijdig zorg te dragen voor betaling van die alimentatie. 

5 september 2013
Ook na scheiding kan mediation uitkomst bieden

Door de huidige crisis gaat het inkomen van veel ondernemers en werknemers omlaag. Het besteedbaar inkomen kan daardoor omlaag gaan, zeker als er alimentatie overeengekomen is.

Ook kunnen na scheiding geschillen ontstaan over (gewenste veranderingen in) de verblijfsregeling van de kinderen, verhuizing van één van de ouders of de bemoeienis van de nieuwe partner van één van de ouders.

Bij mediation praten beide partijen onder leiding van een onpartijdige derde over de geschillen die zij met elkaar hebben.

Veelal leidt mediation binnen 1 of 2 gesprekken tot een oplossing waar beide partijen mee kunnen leven en het conflict beëindigd wordt. 

ik kan u beiden als mediator bijstaan.

12 november 2012
DEZE BRIEF IS VOOR ALLE OUDERS DIE SCHEIDEN

Lees hier de brief.

Villa Pinedo is een initiatief van Marscha Pinedo, een hulpverleenster die vaak geconfronteerd werd met kinderen waarvan hun ouders in scheiding waren.

Op de website www.villapinedo.nl kunnen kinderen meer informatie over scheiding krijgen en kunnen zij laten horen wat zij denken, voelen en vinden van de scheiding van hun ouders.

Stichting Villa Pinedo wordt geleid door kinderen die een scheiding van hun ouders hebben meegemaakt.

2 oktober 2012
Vaak financieel nadeel bij scheiding door fiscale fouten of onwetendheid.

De fiscale nadelen ontstaan bij scheiding door een aantal redenen:


1.Men weet niet precies wanneer het fiscaal partnerschap eindigt. 


het fiscaal partnerschap eindigt bij huwelijk als er voldaan is aan twee eisen:


1.ieder partner is op een apart adres ingeschreven (dus niet op hetzelfde adres).

2.het verzoek tot echtscheiding is ingediend.


Het komt nogal eens voor dat beide partners vlak na aanvang van de scheiding al gescheiden van elkaar leven. Vaak is het in die situatie alleen maar nodig om een verzoekschrift tot echtscheiding in te dienen om de fiscale voordelen te krijgen.  


Dit verzoekschrift tot echtscheiding kan ook al bij aanvang van de mediation ingediend worden. Er wordt dan meteen een uitstelverzoek ingediend om het echtscheidingsconvenant in te dienen. Vervolgens is er (zo nodig) nog maanden tijd om alle afspraken over scheiding te maken en die vast te leggen in een echtscheidingsconvenant. 


Indien u van plan bent te gaan scheiden en u woont apart van elkaar (of dat is op korte termijn mogelijk) dan raad ik u aan onmiddellijk met mij contact op te nemen. Ik kan als scheidingsmediator voor u beiden een verzoek tot echtscheiding indienen en tegelijkertijd enkele maanden uitstel vragen. Dit kan duizenden euro’s fiscaal voordeel opleveren.


2.Een van de beide partners schrijft zich niet (tijdig) uit van het adres van de gemeenschappelijke woning, waardoor de achterblijvende partner geen fiscale voordelen zoals heffingskortingen of kindgebonden budget ontvangt. Indien ik u als scheidingsmediator bijsta kijk ik naar dit soort zaken om ervoor te zorgen dat u zo weinig mogelijk financieel nadeel ondervindt. 


3.Er wordt te weinig kinderalimentatie betaald, waardoor het minimumbedrag voor het fiscale voordeel niet bereikt wordt. Dit kan een financieel nadeel van 35-50 euro per kind per maand opleveren.


4.De lasten van de echtelijke woning in de tijd dat de woning nog gezamenlijk in eigendom is, worden verkeerd verdeeld, waardoor er geen optimaal fiscaal voordeel is. In de mediation wordt aandacht besteed aan uw fiscale aangifte, waardoor verrassingen in de toekomst uitblijven. 


5.De aangifte inkomstenbelasting wordt verkeerd ingevuld in de situatie dat één der partijen in de echtelijke woning woont en de ander niet. Soms is daardoor geen of veel minder fiscaal voordeel.


16-08-2012
Rechtspraak introduceert nieuw systeem voor kinderalimentatie

De Rechtspraak heeft een voorstel voor een nieuw systeem voor de vaststelling van kinderalimentatie aan diverse professioneel betrokkenen op het gebied van kinderalimentatie voorgelegd. 

De Rechtspraak zet in op een vereenvoudigd systeem waarbij het belang van het kind voorop staat. Zo wordt voor het bepalen van de draagkracht uitgegaan van vaste bedragen die niet gespecificeerd worden; een zogenaamd forfaitair systeem. Daarin gaat het erom welk bedrag iedere onderhoudsplichtige – gelet op de belangen van het kind – wordt geacht beschikbaar te hebben voor het kind.

De wijze waarop de behoefte en het inkomen worden vastgesteld, blijft vrijwel gelijk aan het huidige systeem. Wat wel verandert is dat de omgang in de behoefte wordt verdisconteerd. Dat betekent dat de vader door de tijd die een kind bij hem doorbrengt al een stukje voldoet aan de behoefte door de kosten die de moeder bespaart op de kosten voor eten, drinken, stookkosten, douchen et cetera. Deze kosten worden verrekend in een korting van in principe 15% op de behoefte van het kind. Rechters en ouders zijn vrij om van dit percentage af te wijken, bijvoorbeeld omdat sprake is van een ruime zorgregeling. Doordat deze kosten in mindering komen op de behoefte, en niet langer op de draagkracht, hebben deze kosten geen voorrang meer op de vast te stellen bijdrage. 

Omdat slechts met (forfaitair bepaalde) basiskosten wordt gerekend, zal de berekening van de draagkracht eenvoudiger en meer voorspelbaar zijn. In het huidige systeem is van het bedrag dat overblijft na aftrek van de kosten bovendien 70% beschikbaar voor alimentatie. Met andere woorden: de onderhoudsplichtige heeft een vrije ruimte van 30%. In de nieuwe situatie wordt bij inkomens tot € 2.500 met een lagere vrije ruimte rekening gehouden. Zo wordt beter voorzien in het tekort in de invulling van de behoefte van de kinderen na scheiding en wordt afwenteling van armoede op de verzorgende ouder voorkomen. 

Mogelijk zal door de wijziging in de systematiek vaker draagkracht aanwezig kunnen worden geacht. Hierdoor wordt tegemoetgekomen aan de gedachte dat een ouder, gelet op de belangen van het kind, altijd wel iets moet kunnen bijdragen, uitzonderingen daargelaten.
Afhankelijk van hun draagkracht dragen ouders bij. Is de draagkracht van beide ouders gezamenlijk onvoldoende dan dragen ze beiden maximaal bij. Hebben ze samen wel voldoende draagkracht dan dragen zij bij naar rato. 

Onderhoudsplichtigen moeten in de toekomst meer dan nu uitleggen, als zij van mening zijn dat zij niettemin niet over draagkracht beschikken, of over minder draagkracht dan uit de tabellen blijkt, waarom van hen niet verlangd kan worden dat zij (deze) alimentatie betalen. Er blijft wel altijd ruimte voor uitzonderingen in de vorm van een zogenaamde aanvaardbaarheidstoets. Ouders die menen dat zij de alimentatie niet of niet in zijn geheel kunnen betalen vanwege gedragingen niet aan henzelf te wijten (denk aan een onverkoopbaar huis of een niet-verwijtbaar ontslag), kunnen zich beroepen op deze hardheidsclausule. 

Met het nieuwe systeem weten onderhoudsplichtigen direct bij de scheiding wat ze moeten gaan betalen. Omdat de uitkomsten minder onzeker zijn, wordt het voor ouders ook makkelijker zaken in overleg te regelen. Voor de rechter wordt het gemakkelijker ouders erop te wijzen dat zij bij het aangaan van nieuwe verplichtingen waar een schuld uit voort kan komen, rekening dienen te houden met de verplichtingen die zij hebben tegenover hun kinderen.  

In het najaar wordt definitief besloten of het systeem er gaat komen. Er zitten nog wel wat haken en ogen aan. Zo is het de vraag of het systeem kan worden ingevoerd binnen de kaders van de huidige wet of dat er een wetswijziging nodig is. Zonder wettelijke regeling kan de rechter niet verplicht worden een minimumbijdrage op te leggen of bijvoorbeeld een stiefouder buiten beschouwing te laten. Draagvlak en behoefte zijn hele individuele normen. Past een regeling met minder maatwerk daar wel in? Of biedt de aanvaardbaarheidstoets hier soelaas? 

De Rechtspraak heeft binnen de wettelijke kaders een behoorlijke vrijheid om zaken in te vullen, maar moet terughoudend zijn met het opstellen van normen waaraan alle rechters zich gebonden achten.
Het plan is momenteel in bewerking vanwege aanpassingen naar aanleiding van de onlangs georganiseerde bijeenkomst. Zodra het plan definitief is, zal het op de site van de Rechtspraak worden gepubliceerd.

03-07-2012
VVD, PVDA en D66 willen dat partneralimentatie korter, eerlijker en simpler wordt

VVD, PVDA en D66 willen met hun plannen van 20 juni 2012 aan de partneralimentatie een aantal zaken veranderen. De belangrijkste zaken die men wil wijzigen zijn:
-  de duur van de partneralimentatie
-  de berekeningsmethode van partneralimentatie
-  de grondslag van partneralimentatie.
 
De duur van de partneralimentatie
In de huidige wetgeving is de duur van de partneralimentatie in sommige gevallen beperkt tot 5 jaar en meestal beperkt tot 12 jaar. In bijzondere gevallen is verlenging mogelijk. De duur van de alimentatie wordt volgens de indieners als onredelijk lang ervaren.
 
De indieners willen de volgende regeling invoeren:
 
Huwelijken zonder kinderen
Bij huwelijken die korter duren dan drie jaar is geen verplichting tot partneralimentatie. Bij huwelijken die langer hebben geduurd dan drie jaar geldt dat partneralimentatie verschuldigd kan zijn voor de duur van de helft van het huwelijk met een maximum van 5 jaar.
 
Huwelijken met kinderen
Bij huwelijken met kinderen geldt dat als de zorgverdeling tussen beide ex-partners tot gevolg heeft dat een van beide partners beperkt kan deelnemen aan het arbeidsproces, dat de partneralimentatie wordt verlengd totdat het jongste kind de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt en in ieder geval de helft van het huwelijk met een maximum van 5 jaar. Indien de zorgverplichting gelijk is (co-ouderschap) en beide ouders werken, dan is partneralimentatie niet verschuldigd.
 
Uitzondering­
Op de bovenstaande maximumduur is volgens VVD, PvdA en D66 nog een uitzondering wenselijk. Er zijn nog steeds huwelijken waarbij de ene partner jarenlang de zorg- en verzorgingstaak op zich heeft genomen, om de andere partner in staat te stellen in het inkomen te voorzien. In deze huwelijken is een maximumduur van 5 jaar onredelijk als het huwelijk langer heeft geduurd van 15 jaar. Na zo’n lange periode van inactiviteit is terugkeer in het arbeidsproces binnen 5 jaar naar verwachting zeer moeilijk en hierbij begint ook de leeftijd mee te tellen. Indieners stellen voor een uitzonderingscategorie op te nemen voor deze gevallen. Hiervoor geldt: Bij een huwelijk langer dan 15 jaar waarbij de ontvangende partner niet heeft gewerkt, is partneralimentatie verplicht voor de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 10 jaar. Tegelijkertijd wordt rekening gehouden met de zorgverdeling voor kinderen, de langdurige afwezigheid van de arbeidsmarkt en een prikkel om weer zelfstandig op eigen benen te gaan staan.
 
Geen verlenging van de alimentatie
Het bestaande stelsel voorziet in een verlengingsmogelijkheid na 5 of 12 jaar. Indieners achten dat niet wenselijk. In schrijnende gevallen kan de hardheidsclausule uitkomst bieden.
 
Wijziging van de duur is mogelijk bij huwelijkse voorwaarden
 
In huwelijkse voorwaarden of bij een geregistreerd partnerschapovereenkomst kunnen partijen afwijken van de wettelijke regeling. Contractsvrijheid is het uitgangspunt.
 
De berekeningsmethode van partneralimentatie
 
VVD, PvdA en D66 stellen een sterk vereenvoudigde berekeningsmethodiek voor waarbij de ex-partners zelf via een eenvoudige internettool de verschuldigde partneralimentatie kunnen berekenen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van forfaitaire schalen. Deze internettool is in ontwikkeling.
 
De internetrekentool, die voor iedereen vrij beschikbaar is, maakt het voor partijen mogelijk om zelf vast te stellen wat de gewijzigde alimentatie moet worden. Ook deskundigen maken van deze rekenmethode gebruik. Het LBIO krijgt een adviserende functie als mensen er niet zelf uitkomen.  Eventueel komt er een alimentatieraad die in uitzonderingsgevallen kan adviseren over de berekeningsmethode. Uiteraard staat het partijen die er niet gezamenlijk uitkomen zich te wenden tot mediation of de rechter.
 
De verandering van de grondslag en de afschaffing van art. 1:160 BW
De grondslag voor de betaling van partneralimentatie wordt in de plannen van de indieners wettelijk vastgelegd en is: compensatie voor de gedurende het huwelijk ontstane verlies aan verdiencapaciteit. De alimentatie is dus een compensatie voor de tijd dat een van de partners niet of minder aan de carrière heeft besteed.
 
In de huidige wetgeving komt met het gaan samenwonen van de alimentatiegerechtigde met een ander een einde aan de partneralimentatie (art. 1:160 B.W). De indieners stellen voor om artikel 1:160 BW af te schaffen. De rechtvaardiging hiervoor is dat de partneralimentatie ziet op compensatie voor verlies van verdiencapaciteit tijdens het huwelijk. De komst van een nieuwe partner verandert dat niet, aldus de indieners.
 
Andere punten uit de plannen
 
Andere punten uit de plannen zijn:
 
Afbouw van de hoogte van partneralimentatie en afschaffing van indexering partneralimentatie
 
Om te voorkomen dat bij het einde van de betaling van partneralimentatie opeens een nieuwe situatie ontstaat, voorziet de wettelijke regeling in een afbouw van de hoogte van de partneralimentatie en wordt geen indexatie toegepast. Dit voorziet in een prikkel om gaandeweg aan het arbeidsproces deel te nemen en/of het aantal gewerkte uren langzamerhand op te voeren. Aangezien ook bij de zorg voor kinderen de zwaarte van de zorgtaak afneemt als de kinderen ouder worden, leidt dit uitgangspunt niet tot problemen.
 
Hardheidsclausule
Omdat een wettelijke regeling niet in alle uitzonderingen kan voorzien, is er een wettelijke hardheidsclausule die door de rechter of door andere deskundigen kan worden toegepast om onredelijke situaties te repareren.
 
Overgangsregeling
Er zal een overgangsregeling in de wet worden opgenomen die verschillen tussen de oude en de nieuwe situatie verzacht, maar wel zorgt voor de mogelijkheid om op de nieuwe wettelijke regeling te anticiperen en de voordelen van de nieuwe regeling bijvoorbeeld bij wijziging van omstandigheden ten goede te laten komen aan de betalende partner.
 
Defiscalisering
Indieners onderzoeken de mogelijkheid van defiscalisering van de partneralimentatie. Zodra zij de voor- en nadelen in kaart hebben gebracht, zullen zij hierover hun standpunt bekend maken.
 
Afkoop
Indieners zullen afkoop ineens van de partneralimentatie wettelijk mogelijk maken. Hiermee wordt de ontvangende partner verantwoordelijk voor het beheer van de afkoopsom en kan daar naar eigen inzicht mee om gaan. Fiscaal dient dit neutraal te zijn ten opzichte van een maandelijkse betaling.
 
Hoe gaan de plannen ter wijziging van de partneralimentatie verder?
 
Indieners zullen de door hun geschreven nota in informele consultatie geven tot 12 september 2012. Daarna zullen zij het wetsvoorstel – al dan niet aangepast – voorleggen voor advies aan de Raad van State en indienen in het najaar van 2012.

19-06-2012
Scheidingsprocedure starten voor 1 juli 2012 kan veel voordeel opleveren

De datum 1 juli 2012 nadert alweer snel.

Elk jaar, ook in 2012, is het belangrijk om in sommige gevallen vlak voor 1 juli een scheidingsverzoek in te dienen om zo maximaal fiscaal voordeel te bereiken. Dit kan soms wel 6600 (!) netto voordeel opleveren.

Het fiscaal partnerschap loopt immers door bij scheiding, maar stopt als aan de volgende 2 voorwaarden is voldaan: 1) partijen zijn op een ander adres bij de gemeente ingeschreven en 2) er is een verzoekschrift tot echtscheiding bij de rechtbank ingediend.

Het komt nogal eens voor dat partijen officieel al gescheiden van elkaar leven, dus op een ander adres bij de gemeente zijn ingeschreven, maar nog geen verzoek tot echtscheiding is ingediend.

In zo’n geval kan er groot fiscaal en financieel nadeel ontstaan als het verzoek tot echtscheiding niet voor 1 juli van het betreffende jaar is ingediend.

Het fiscaal voordeel is er name voor alleenstaande ouders en voor ouders die hun kinderen in co-ouderschap (willen) gaan opvoeden. Deze ouders hebben in 2012 recht op extra heffingskortingen als zij alleenstaand zijn en tenminste 6 maanden een minderjarig kind op hun adres hebben ingeschreven staan. Als het kind op 1 januari 2012 jonger dan 12 jaar is, is er recht op meerdere heffingskortingen.

Dit voordeel bedraagt vaak zo’n € 2.200,- , maar kan afhankelijk van de situatie, zeker in co-ouderschapssituaties soms oplopen tot circa € 6.600,-voor 2012.

Dit bedrag krijgt u dan extra netto terug van de belastingdienst. Indien u van plan bent te gaan scheiden en u woont apart van elkaar (of dat is mogelijk te doen voor 1 juli a.s.) dan raad ik u aan onmiddellijk met mij contact op te nemen. Ik kan als scheidingsmediator voor u beiden een verzoek tot echtscheiding indienen en tegelijkertijd enkele maanden uitstel vragen. ik ben zelfs onder voorwaarden bereid om voor ons eerste gesprek dit verzoek tot echtscheiding in te dienen.

Dan vinden vervolgens daarna gesprekken met u samen plaats om tot gezamenlijke afspraken te komen in een echtscheidingsconvenant, dat daarna bij de rechtbank wordt ingediend, en waarna de echtscheiding wordt uitgesproken.

16-03-2012
Website vernieuwd

Sinds kort is deze website vernieuwd. Onder de knop ‘alles over scheiden’ vindt u veel informatie. Ik stel het op prijs als u mij vertelt wat u van de website vindt. Als u op- en aanmerkingen heeft, hoor ik die ook graag. Vult u svp daarvoor het contactformulier in of stuur een e-mail. (Als u geen reactie terug wil dan kunt u bij telefoonnummer slechts enkele cijfers vermelden) Zo kan ik de website de komende tijd verder verbeteren.. Als u tevreden bent, stel ik het op prijs indien u deze website aanbeveelt aan derden.’ Wellicht tot ziens! Ton van Mil

Scheidingsadvocaat Ton van Mil | Mediation bij scheidingen ✔ VFAS aangesloten ✔ NMI Register Mediator | Veel gestelde vragen alles over Scheiden
Koning Clovisstraat 53
Maastricht
Limburg
6226 AE
Nederland