Nogal eens komt het voor bij scheiding dat de ene partner co-ouderschap wil en de andere niet. Soms ontstaat daardoor een vervelende en soms heftige strijd over de kinderen: wanneer zijn de kinderen bij elk van de ouders?

Diegene die een beroep doet op co-ouderschap doet vaak een beroep op art. 1:247 lid 4 BW.
In dit artikel staat vermeld dat een kind na de scheiding (of indien zij voorheen samenwoonden én gezamenlijk gezag over het kind hadden: na het einde van het samenwonen) het recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders.

In dit artikel vallen 2 punten op:
  1. Er wordt gesproken over het recht van het kind, niet van de ouders. Ouders vergeten nogal eens dat dit artikel een recht van het betreffende kind is en niet van hen.
  2. Er is sprake van gelijkwaardige verzorging. Daardoor ontstaat vaak de vraag of gelijkwaardige verzorging hetzelfde is als gelijke verzorging, dus het delen van de tijd dat het kind bij iedere ouder is.
Vooral dit laatste punt geeft veel discussie. Op 21 mei 2010 heeft de Hoge Raad daarover duidelijkheid gegeven: gelijkwaardig betekent niet per definitie gelijk. In dit uitspraak, eenvoudig via rechtspraak.nl te vinden onder nummer LJN BL7407, is (bij het advies van de AG) ook de wetsgeschiedenis van dit wetsartikel te lezen. Dan begrijp je beter wat er met gelijkwaardige verzorging en opvoeding bedoeld worden: een gelijkwaardig ouderschap, aldus de minister, waarbij het aan de ouders is om "te bepalen welke afspraken zij in het ouderschapsplan vastleggen. Zij kunnen afspraken maken, die zij in het belang van het kind vinden en dus zelf invulling geven aan het gelijkwaardig ouderschap. De zorgverdeling ten tijde van het huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenwoning is, zoals deze leden opmerkten, een belangrijke factor die meespeelt bij het maken van een zorgregeling, maar het is niet de enige factor. Ook de werktijden van de ouders, woonomstandigheden, school- en sporttijden van de kinderen kunnen hierbij bijvoorbeeld meespelen. Een kind heeft belang bij zoveel mogelijk continuïteit in de verzorging en opvoeding, maar dit betekent niet dat de zorgverdeling ten tijde van de samenleving doorslaggevend is bij het vaststellen van een zorgregeling."
Het gerechtshof Den Bosch ziet gelijkwaardig ouderschap in haar uitspraak van 21 februari 2012 (LJN BV6414) anders. Zij vindt co-ouderschap de beste vorm van gelijkwaardig ouderschap tenzij sprake is van contra-indicaties. Deze uitspraak is meer in lijn met de bedoelingen van het kamerlid de Wit, die door indiening van een amendement zorgde dat het betreffende wetsartikel (toch) in de wet terechtkwam.

Contra indicaties, dus indicaties om niet voor co-ouderschap te kiezen, zouden kunnen - hoewel zij niet of nauwelijks genoemd worden in deze uitspraak - zijn:
  1. een slechte communicatie tussen ouders;
  2. een totaal andere zorgverdeling tijdens huwelijk;
  3. een belemmering om als co-ouder te zorgen vanwege het werk van één van de ouders;
  4. indien partijen te ver van elkaar en/of de school van de kinderen af wonen.
Lees hier meer over co-ouderschap
Scheidingsadvocaat Ton van Mil | Mediation bij scheidingen ✔ VFAS aangesloten ✔ NMI Register Mediator | Veel gestelde vragen alles over Scheiden
Koning Clovisstraat 53
Maastricht
Limburg
6226 AE
Nederland