Veel ouders willen na scheiding co-ouderschap voor de kinderen. Toch zijn er goede redenen om even langer stil te staan bij die wens. De volgende vragen zijn een leidraad om te bepalen of co-ouderschap een succes kan worden of kan falen. Het is ook te zien als een ‘checklist wel of geen co-ouderschap doen’:

  1. Zijn jullie bereid in buurt van elkaar en de school te blijven wonen?

    Het komt namelijk nogal eens voor dat naar verloop van tijd één van de partners een nieuwe relatie krijgt en wil verhuizen. Bij co-ouderschap is dat niet mogelijk. Meestal zal de partner die vanwege de eigen relatie of carrière wil verhuizen, aan het kortste eind trekken bij een einde van het co-ouderschap. In het belang van de kinderen zal namelijk ook gekeken worden wat voor hen behouden kan blijven ingeval de kinderen bij de andere ouder gaan wonen én wat verloren gaat als de ouder die wil verhuizen, zijn/haar plannen doorzet.

  2. Is er genoeg financiële ruimte om extra zaken aan te schaffen?

    In co-ouderschap moeten er immers op beide plekken waar de kinderen wonen slaapruimte zijn, voldoende kleding (om niet alles bij elke wisseling te hoeven verhuizen), een studieplek, speelgoed en wellicht zelfs sportkleding, een fiets, een computer, enz.

  3. Is het ouderschap een voortzetting van de praktijk van jullie ouderschap tijdens het huwelijk?

    Als dat zo is, en de dagelijkse routine wordt voortgezet, ervaren jullie kinderen waarschijnlijk de meeste veiligheid. Ook voor jullie levert co-ouderschap het voordeel op dat de noodzakelijke aanpassingen in het ouderschap beperkt blijven, zoals de dagen dat je met de kinderen samen bent en hoe jullie de taken verdeeld hebben.
    Als het ouderschap niet een voortzetting van de bestaande praktijk is, moet je goed, moeten jullie beiden stilstaan bij de verschillen met vroeger . De partner die voortaan minder gaat zorgen, moet bereid zijn een aanzienlijk deel van de regie op te geven, bereid zijn goed te communiceren over aspecten van de zorg (bijvoorbeeld: gezondheid, school, vrijetijdsbesteding, welzijn) waar wellicht eerst niet over gepraat werd, inclusief de planning en besluitvorming. De partner die meer gaat zorgen, onderschat vaak wat meer zorg voor de kinderen betekent in termen van bewegingsvrijheid, energie, overleg met de andere partner en kosten.

  4. Kunnen jullie goed met elkaar communiceren?

    Co-ouderschap betekent dat er vaker overleg tussen ouders nodig is over alledaagse en niet-alledaagse zaken. Een einde aan de relatie tussen de partners betekent vaak ook dat de ene partner niet meer bereid is om details van zijn/haar bestaan te delen met de ex- partner. Het delen van die details wordt dan gezien als een onaanvaardbare inbreuk op het eigen leven.

  5. Kunnen jullie goed problemen oplossen?

    Wanneer jullie in het verleden nooit goed in staat zijn geweest meningsverschillen op te lossen en het na de scheiding moeilijk vinden om je kwetsbaar op te stellen, zal het co-ouderschap de nodige problemen met zich meebrengen.

  6. Zijn er wellicht oneigenlijke of verborgen motieven voor het co-ouderschap?

    In verreweg de meeste gevallen zullen er geen oneigenlijke of verborgen motieven voor co-ouderschap aanwezig zijn, maar zal de wens voor co-ouderschap er zijn om in het belang van de kinderen de betrokkenheid van beide ouders te optimaliseren.
    Soms zijn er ook oneigenlijke of verborgen motieven: een verlater kan zich schuldig voelen ten opzichte van de kinderen en dat schuldgevoel willen compenseren door voortaan meer voor hen te willen zorgen. Het is belangrijk in zo’n geval een realistische voorstelling te krijgen van wat die zorg zal inhouden.
    Voor de verlatene is co-ouderschap soms een manier om het huwelijk nog zo veel mogelijk in stand te willen houden. Ook komt het wel eens voor dat de ouder die tijdens het huwelijk voor de kinderen zorgde en om die reden de carrière heeft moeten laten schieten, bij scheiding de scheve rolverdeling wil gelijktrekken, als een soort genoegdoening.

  7. Is er sprake van alcoholisme, drugs of andere verslavingsproblemen?

    Wanneer één van beide ouders verslaafd is aan middelen die de geest beïnvloeden, is het niet verstandig om co-ouderschap te beginnen.

  8. Wil één van jullie echt geen co-ouderschap, dan kan er ook geen sprake van zijn.

    Co-ouderschap vereist de bereidheid van beide ouders om er het beste van te maken. Als één van de twee ouders die bereidheid niet heeft, is het onbegonnen werk.

Scheidingsadvocaat Ton van Mil | Mediation bij scheidingen ✔ VFAS aangesloten ✔ NMI Register Mediator | Veel gestelde vragen alles over Scheiden
Koning Clovisstraat 53
Maastricht
Limburg
6226 AE
Nederland