Bijgewerkt op: nov 21

Op mijn website vind je veel meer informatie onder de knop 'alles over scheiden'.

Partneralimentatie voor de ontvanger

Partneralimentatie is voor de ontvanger belast. De ontvanger moet het bijhorende percentage inkomstenbelasting betalen (in 2021 meestal 37,1 %) en daarnaast de procentuele premie ZVW (in 2021 5,75 %). In totaal houdt de ontvanger dus maar ruim de helft (100% min 37,1% min 5,75% =) 57,15% over van het ontvangen bedrag aan partneralimentatie.


Daarnaast leidt een bedrag aan partneralimentatie bij de ontvanger tot een hoger inkomen in box 1. Door de ontvangst van de bruto partneralimentatie wordt namelijk het inkomen in box 1 hoger. Een hoger inkomen leidt tot een lagere heffingskorting. Tussen 21.043 en 68.507 euro aan inkomen leidt dat tot een lagere algemene heffingskorting van 5,977%, dus afgerond 6%. Dat betekent dat de ontvanger ongeveer 51,15% overhoudt van het ontvangen brutobedrag aan partneralimentatie.


Alleen wanneer de ontvanger zonder de partneralimentatie minder dan 21.043 euro aan inkomen in box 1 had, zal het verschil met 21.043 niet tot een korting van 6% leiden.


Wanneer de ontvanger van partneralimentatie in totaal meer dan 68.507 euro per jaar heeft, is de te betalen belasting 49,5%. De ontvanger houdt dan 50,5% van het brutobedrag aan partneralimentatie netto over.


Indien de ontvanger van partneralimentatie ook recht op kindgebonden budget heeft (dat is veelal het geval wanneer er minderjarige kinderen zijn), zal het kindgebonden budget ook 5,75% van het alimentatiebedrag lager zijn. De ontvanger houdt dan nog maar 45,4% over van de bruto ontvangen partneralimentatie


Ook kan het gevolgen hebben voor eventuele kinderopvangtoeslag en (bij lagere inkomens) de zorgtoeslag. Dat komt omdat de partneralimentatie het inkomen verhoogt en dan de kinderopvangtoeslag en/of zorgtoeslag lager is.


KORTOM:

De partneralimentatie is een brutobedrag en de ontvanger houdt van dit brutobedrag maar ongeveer 51% over. Dan kan nog aanmerkelijk minder zijn als er recht is op kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag en/of zorgtoeslag.


zie ook het voorbeeld verder onderaan.


Partneralimentatie voor de betaler

Voor de betaler is de betaalde partneralimentatie een brutobedrag en aftrekbaar in box 1.

Er zijn dan 2 categorieën:

1) de betaler heeft een inkomen van € 68.507 of daaronder in box 1.

2) de betaler heeft een inkomen boven € 68.507 euro in box 1.


1) de betaler heeft een inkomen van € 68.507 of daaronder in box 1.

Dat betekent dat het betalen van partneralimentatie fiscaal voordeel oplevert omdat de partneralimentatie aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting(IB). De inkomstenbelasting is in 2021 37,1% bij een inkomen onder 68.507 euro.


Daarnaast heeft de betaler 6% extra belastingvoordeel doordat de algemene heffingskorting voor de betaler omhoog gaat, waardoor de betaler minder belasting hoeft te betalen. De heffingskorting gaat omhoog omdat de betaler de partneralimentatie van zijn inkomen in box 1 kan aftrekken, waardoor zijn totale inkomen in box 1 lager wordt en zijn heffingskorting hoger wordt.


Het belastingvoordeel is dan dus (37,1% (IB) + 5,977% (toename algemene heffingskorting) =) 43,1%.


2) de betaler heeft een inkomen boven € 68.507 euro in box 1.

Boven de 68.507 euro is het fiscaal voordeel in 2021 43%.


Dit fiscaal voordeel loopt in de periode na 2021 verder terug (zie ook Verder online):

jaar aftrekpercentage

2022 40%

2023 37%


Door de aftrekmogelijkheid kost het betalen van een brutobedrag in 2021 aan partneralimentatie in werkelijkheid maar zo'n 57%, doordat er circa 43% belastingvoordeel is.


Zodra door het betalen van de partneralimentatie het inkomen van de betaler onder de 68.507 euro daalt, is de situatie hierboven beschreven onder 1 van toepassing. In 2021 is er dan ook een fiscaal voordeel van 43%.


Zie verder onderaan een voorbeeld.


Voorbeeld partneralimentatie:

Er wordt per maand 1000 euro partneralimentatie betaald. Dit is een brutobedrag omdat partneralimentatie door de betaler afgetrokken kan worden. De ontvanger moet er belasting over betalen.


De gevolgen voor de betaler

Voor de betaler die een fiscaal inkomen boven 68.507 euro heeft, kost het betalen van deze alimentatie in 2021 maar circa 57% van 1000 euro, dus netto € 570,-, omdat hij 43% aftrek aan inkomstenbelasting (en mogelijk hogere heffingskorting als hij onder de 68.507 euro daalt) heeft. Het betalen van 1000 euro bruto kost de betaler dus maar 570 euro netto.


De betaler van partneralimentatie die een fiscaal inkomen onder 68.507 euro heeft, heeft 37,1% aan belastingvoordeel over de betaalde partneralimentatie. Doordat bij het betalen van partneralimentatie het inkomen in box 1 omlaag gaat, gaat de algemene heffingskorting met 5,977% omhoog. Hierdoor heeft de betaler naast de inkomstenbelasting afgerond 6% extra voordeel. Dat komt ook neer op 43,1% aan belastingvoordeel. Het betalen van 1000 euro partneralimentatie kost hem dus maar 569 euro netto.


De gevolgen voor de ontvanger:

De ontvanger van partneralimentatie ontvangt 1000 euro bruto, maar moet daarover de volgende posten betalen:

· Inkomstenbelasting (IB), in 2021 tot 68.507 euro aan inkomen in box 1) 37,1%

· Procentuele premie ZVW-premie van 5,75%

· Verder gaat het inkomen in Box 1 van de ontvanger van de partneralimentatie door het ontvangen van de partneralimentatie omhoog. Dat heeft tot gevolg dat de algemene heffingskorting 6% van de ontvangen partneralimentatie omhoog gaat. Dat leidt dus uiteindelijk tot meer inkomstenbelasting.

In totaal betaalt de ontvanger (37,1% (IB) + 5,75% (ZVW) + 6% (verlaging algemene heffingskorting) =) 48,85% over de ontvangen partneralimentatie.


De ontvanger houdt dus maar (100% - 48,85% =) 51,15% over van het ontvangen bruto bedrag aan partneralimentatie.


Van de 1000 euro aan partneralimentatie houdt de ontvanger dus maar € 511,50 netto over.


Verder zal een recht op kindgebonden budget per maand ook 5,75% van het alimentatiebedrag lager zijn. Ook kan het gevolgen hebben voor eventuele kinderopvangtoeslag.


Partneralimentatie is een ingewikkeld onderwerp. Je advocaat of scheidingsmediator zal veel ervaring nodig hebben om je goed te informeren en te adviseren. Ik heb deze ervaring.


Andere relevante onderwerpen op mijn website (klik erop om er naartoe te gaan)

  • Alles over scheiden

  • Hoe kunnen we het beste scheiden?

  • Hoe vertellen we de kinderen dat we gaan scheiden?

  • De kinderen bij scheiding

  • Kinderalimentatie

  • Co-ouderschap

  • Een kinderrekening

  • Partneralimentatie

  • Na scheiding is er vaak recht op kindgebonden budget

  • Hoe is er optimaal financieel en fiscaal voordeel bij scheiding?

  • De scheidingsprocedure

  • Het horen van de kinderen door de rechter

  • De verdeling van het huis

  • Boedelverdeling + verzekeringen

  • De psychologische kant van scheiding

  • Handige downloads


Je kunt me ook chatten, e-mailen of bellen. Ik sta cliënten ook vaak online bij. De eerste 60 minuten van het eerste gesprek zijn altijd gratis. Via deze website kun je zelf een afspraak (ook via Zoom) of telefoongesprek inplannen op een door jou gewenste dag en tijdstip, vaak al binnen enkele dagen. Natuurlijk ben ik ook per telefoon 043-3672119 bereikbaar.






Door het scheiden of uit elkaar gaan ontstaat vaak recht op financieel voordeel waar scheidende mensen vaak niet op de hoogte zijn.

Op deze website vind je veel meer informatie onder de knop 'alles over scheiden'. Over allerlei onderwerpen is daar meer informatie te vinden, zoals hoe je het beste kunt scheiden, partneralimentatie, de verdeling van het huis, maar ook hoe je optimaal financieel en fiscaal voordeel bij de scheiding hebt.


Of wil je beginnen bij de startpagina van mijn website?


Je kunt me ook chatten, e-mailen of bellen. Ik sta cliënten vaak online bij. De eerste 30 minuten van het eerste gesprek zijn altijd gratis. Via mijn website kun je zelf een afspraak inplannen op een door jou gewenste dag en tijdstip, vaak binnen enkele uren of dagen.


Op deze website vind je onder 'optimaal financieel en fiscaal voordeel bij scheiding' meer informatie hierover. Daarmee heb je vaak honderden euro's per maand financieel voordeel, terwijl als je dat niet weet die financiële voordelen niet meer of veel later krijgt.





Vandaag kreeg ik in een scheidingsmediation een vraag of er recht was op huurtoeslag wanneer één van de beide partijen bij echtscheiding al verhuisd was naar een andere huurwoning.


Ik sta als scheidingsmediator vaak partijen bij in hun scheiding. Op mijn website vind je veel meer informatie onder de knop 'alles over scheiden', zoals:

  • Hoe kunnen we het beste scheiden?

  • Hoe vertellen we de kinderen dat we gaan scheiden?

  • De kinderen bij scheiding

  • Kinderalimentatie

  • Co-ouderschap

  • Een kinderrekening

  • Partneralimentatie

  • Na scheiding is er vaak recht op kindgebonden budget

  • Hoe is er optimaal financieel en fiscaal voordeel bij scheiding?

  • De scheidingsprocedure

  • Het horen van de kinderen door de rechter

  • De verdeling van het huis

  • Boedelverdeling + verzekeringen

  • De psychologische kant van scheiding

  • Handige downloads

Vragen die vandaag bij de huurtoeslag speelden, waren:


1. Per wanneer ontstaat er recht op huurtoeslag?

  • Per ingangsdatum huurcontract of

  • per datum inschrijving op nieuw adres of

  • per datum indiening verzoekschrift echtscheiding?

2. Hoeveel mag de maximale huur zijn? Is dat kale huur of zijn er andere eisen?


3. Telt het inkomen van de partner mee bij de berekening van het inkomen?


4 Wat is het maximale inkomen en vermogen dat je mag hebben voor de huurtoeslag?


5. Is er wel recht op huurtoeslag, nu er nog een gezamenlijke woning is, waarbij diegene die gaan huren voorlopig nog voor de helft eigenaar is van de woning?



1. Per wanneer ontstaat er recht op huurtoeslag?


Mijn cliënte had per 1 januari 2021 een woning gehuurd en had zich 15 februari 2021 op dat adres ingeschreven. Ik had vandaag het eerste gesprek in hun scheidingsmediation. Er was dus nog geen verzoekschrift tot echtscheiding ingediend.


Veel adviseurs zeggen dat het recht op huurtoeslag bij scheiding pas ingaat op het moment dat het huis verkocht is of dat de scheiding rond is. Dat is onjuist.


Het recht op huurtoeslag gaat in, zodra er voldaan is aan 2 eisen:

- er wordt een zelfstandige woonruimte gehuurd

en

- de bewoner staat op dat adres ingeschreven.

Een recht op huurtoeslag gaat in per de 1e van de maand waarin aan alle voorwaarden is voldaan.


Er hoeft dus nog geen verzoekschrift tot echtscheiding ingediend te zijn.


Mijn cliënte had voldeed per 15 februari 2021 aan de beide voorwaarden, dus per 1 maart 2021 heeft zij recht op huurtoeslag.


2. Hoeveel mag de maximale huur zijn? Is dat kale huur of zijn er andere eisen?


in 2021 ligt de huurgrens bij € 752,33. Daarboven is er geen recht op huurtoeslag.


Het bedrag waarover huurtoeslag wordt berekend, heet rekenhuur. Dit omvat de kale huur en servicekosten. Servicekosten zijn bijkomende kosten, maar het mag dan niet gaan om Elektra, water en gas. het gaat dan om:

  • kosten voor schoonmaak van gemeenschappelijke ruimten

  • kosten energie voor gemeenschappelijke ruimten

  • kosten voor de huismeester

  • kosten voor dienst- en recreatieruimten

Per soort servicekosten wordt maximaal € 12 bij de huurprijs opgeteld, ook als je een hoger bedrag betaalt. In totaal gaat het dus om maximaal € 48.


Alles in totaal, dus kale huur en servicekosten, mag het dan niet meer dan € 752,33 zijn


3. Telt het inkomen van de partner mee bij de berekening van het inkomen?


Partijen blijven toeslagpartner zolang er geen verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend. Normaliter telt het inkomen van de toeslagpartner mee. Voor de huurtoeslag telt het inkomen van de partner echter niet mee als de partner op een ander adres staat ingeschreven. Hier en hier staat dat op de website van belastingdienst.


Dat betekende dat alleen het inkomen van mijn cliënte telde.


4. Wat is het maximale inkomen en vermogen dat je mag hebben voor de huurtoeslag?


Hoe hoger je inkomen is, hoe minder huurtoeslag je krijgt. Het kan ook zijn dat je inkomen te hoog is om huurtoeslag te krijgen.

Hoe hoog je inkomen mag zijn, hangt af van je huur, je leeftijd en de samenstelling van je huishouden. Het gaat om het totale inkomen dat je in een jaar verdient.

Maak op de website van de belastingdienst een proefberekening om te zien of je huurtoeslag kunt krijgen.

Het inkomen van andere mensen in je woning telt meestal mee.

Heb je een toeslagpartner die op hetzelfde adres woont of medebewoners, dan telt hun inkomen ook mee. Het inkomen van onderhuurders telt niet mee. Heb je thuiswonende kinderen met inkomen? Dan telt een gedeelte niet mee.


Een deel van je inkomen telt soms niet mee

Sommige inkomsten tellen niet altijd mee voor de huurtoeslag. Bijvoorbeeld een nabetaling van loon of uitkering over vorige jaren. Het gaat dan om zogenaamd bijzonder inkomen.

Wat is de maximale hoogte van je vermogen?

Als alleenstaande mag je niet meer dan € 31.340 (in 2020: € 30.846) aan vermogen in box 3 hebben op 1 januari 2021. Indien er vermogen is dat boven dat bedrag ligt, bestaat er geen recht op huurtoeslag.


5.Is er wel recht op huurtoeslag, nu er nog een gezamenlijke woning is, waarbij diegene die gaan huren voorlopig nog voor de helft eigenaar is van de woning?


Vaak wordt gezegd dat er geen recht is op huurtoeslag als er een eigen woning is. Dat is onjuist.


Bij het recht op huurtoeslag gaat het - naast de maximale huur en het inkomen van de huurder - om het vermogen van de huurder in box 3 van de wet inkomstenbelasting 2001. Dat is in de regel het geld op alle bankrekeningen. Als er opeisbare vorderingen zijn op derden of er een tweede huis is, is dat ook vermogen in de zin van Box 3.


Welke datum geldt bij de bepaling van het vermogen?

Bij de bepaling van het vermogen in box 3 gaat het over de saldi van 1 januari van het betreffende jaar. Als er gedurende het jaar meer of minder geld in box 3 valt (er bv meer of minder geld op de bankrekening komt), maakt dat niet uit gedurende het kalenderjaar.


Wordt het vermogen in het gezamenlijke huis meegeteld in dit vermogen?

Het vermogen van het eigen huis valt in box 1. Wanneer je vanuit een koophuis verhuist, hoef je dus alleen te kijken naar het vermogen op de bankrekeningen per 1 januari van het betreffende kalenderjaar. Is dat minder dan € 31.340,- dan is er de rest van het kalenderjaar dus recht op huurtoeslag als je aan de andere voorwaarden voldoet.

Als je overwaarde uit de woning krijgt, moet je totale vermogen op 1 januari van het daaropvolgende jaar weer onder de vermogensgrens van de huurtoeslag vallen. Anders vervalt per 1 januari het recht op huurtoeslag. Als je niet voor 1 januari onder de vermogensgrens zit, kun je later met een terugvordering van huurtoeslag geconfronteerd worden.

Of je op 1 januari niet te veel vermogen hebt, kun je hier controleren.


In het geval van mijn cliënte bleek dat zij met ingang van 1 maart 2021 recht had op € 200,- huurtoeslag per maand, terwijl zij zelf tot ons mediationgesprek dacht daar geen recht op te hebben. Zij was zelf van plan de huurtoeslag aan te vragen vanaf 1 september 2021, de 1e van de daaropvolgende maand waarop ik het verzoekschrift tot echtscheiding zou hebben ingediend.


Mijn cliënte bleek dus met terugwerkende kracht recht op € 1.200,- huurtoeslag te hebben.








1
2