Alles over scheiden

Kindgebonden budget

 

 

Het kindgebonden budget is een vergoeding die je van de overheid kunt krijgen voor de kosten die je voor je kinderen, jonger dan 18 jaar hebt. Vroeger heette dit kindgebonden budget 'kindertoeslag' en daarvoor kinderkorting.

 

Recht op kindgebonden budget

Je hebt alleen recht op kindgebonden budget als je aanvrager voor de kinderbijslag bent. Als je na scheiding uit elkaar gaat, krijgt voortaan de verzorgende ouder de kinderbijslag en wordt deze ouder automatisch de aanvrager.

 

Bij co-ouderschap is het veelal verstandig om de kinderen voor de kinderbijslag ‘te verdelen’: de ene ouder wordt aanvrager voor het ene kind en de andere ouder wordt aanvrager voor het andere kind/de overige kinderen. In dat geval zijn beide ouders aanvrager voor de kinderbijslag en krijgen beide ouders recht op kindgebonden budget.

 

Hoe hoog is het kindgebonden budget in 2021?

De hoogte van het kindgebonden budget is afhankelijk van:
1) of je alleenstaande ouder bent: je hebt dan recht op extra vergoeding van 3242 euro per jaar, dat is € 270,17 per maand. Let op: er zijn alleenstaande ouders die een zogeheten toeslagpartner hebben. Omdat ze bijvoorbeeld met een volwassen vader, moeder, broer of zus in huis leven. Zij ontvangen dan niet het extra bedrag aan kindgebonden budget voor alleenstaande ouders. U bent elkaars toeslagpartner als u samenwoont met uw kind of ouder en u allebei 27 jaar of ouder bent.

2) voor hoeveel kinderen jij aanvrager voor de kinderbijslag bent (meestal is dat welke kinderen bij jou ingeschreven zijn): bij 1 kind krijg je € 1.204,- per jaar, bij 2 kinderen is dat € 2.226,- per jaar, bij 3 kinderen is dat € 3.145,- per jaar. voor elk volgend kind is dat 919 euro per jaar extra.
3) hoe oud je kinderen zijn: als de kinderen boven 12 jaar zijn, krijg je extra toeslagen. 12-15 jaar: 247 per kind per jaar, 16-17 jaar: 441 euro per kind per jaar.

Tel al de bedragen bij 1, 2 en 3 bij elkaar op.


Dit is de maximale hoogte van je kindgebonden budget. Je heb hier recht op:

  • als alleenstaand ouder als je fiscaal verzamelinkomen in 2021 onder € 21.835,00 is.

  • als gezin (het inkomen van jou en je partner opgeteld) onder€ 38.853,00 is.

Daarboven neemt het kindgebonden budget af, maar zeer langzaam. Voor elke euro boven deze bedragen gaat 6,75 cent af van het maximumtotaalbedrag.

 

Bij eenoudergezinnen eindigt het recht op kindgebonden budget pas bij een maximaal inkomen van € 70.000,-. bij gezinnen is dat maximaal € 99.000,-. Toch zal in de praktijk daar geen kindgebonden budget meer ontvangen worden omdat er geen sprake is van de alleenstaande ouder kop van 3242 euro per jaar.

 

Het recht op kindgebonden budget kan ingaan zodra je niet meer op hetzelfde adres staat ingeschreven. Als je getrouwd bent, is er daarnaast een extra eis: er moet er ook een verzoekschrift bij de rechtbank zijn ingediend. Ik dien -als partijen niet meer samenwonen - als scheidingsmediator vaak voor partijen bij het begin van mijn werkzaamheden al een verzoek in, zodat er meteen recht op kindgebonden budget ontstaat. Niet elke scheidingsmediator of advocaat denkt daaraan.

 

Om ongeveer te weten te komen op hoeveel kindgebonden budget je recht hebt, maak je op www.toeslagen.nlhttp://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/toeslagen/  een zogenaamde proefberekening. 

  • Bij de vraag:  “hebt u een toeslagpartner?” vul je ‘nee’ in als je alleen gaat wonen en ‘ja’ in als je gaat samenwonen.

  • Bij de vraag: “Hoeveel kinderen jonger dan 18 jaar hebt u?” vul je het aantal kinderen in voor wie jij aanvrager van de kinderbijslag na scheiding bent. Als je de zorg voor alle kinderen hebt, vul je het totaal aantal kinderen in. Als je in co-ouderschap gaat zorgen, vul je hier dus de helft van het aantal kinderen in.

  • Bij de vraag “wat is uw toetsingsinkomen?” vul je het inkomen in dat je op korte termijn in box 1 van de inkomstenbelasting verwacht te hebben. Dit is het fiscaal jaarinkomen uit je werk. Als je na scheiding een eigen woning hebt, gaat daar nog af het inkomen uit de woning (zie ook elders op deze website de uitleg over box 1 van de inkomstenbelasting). Voorzichtigheidshalve kun je alleen van je jaaropgave van je werk uitgaan. 

Hoeveel vermogen mag je bij het kindgebonden budget hebben?

Per 1 januari 2021 mag er niet meer dan € 118.479,- aan spaargeld in Box 3 zijn. Als u een partner heeft, mag het niet meer dan € 149.819,- zijn

Is er meer spaargeld dan is er geen recht op kindgebonden budget.

Let op: het geld op de bankrekeningen van de kinderen telt na de scheiding voor de helft mee bij je vermogen, ook als dit een bankrekening is die je ex-partner voor ze geopend heeft en beheert.

Als er op 1 januari minder dan het maximumvermogen is, maar het vermogen gedurende het kalenderjaar toeneemt, dan blijft het hele kalenderjaar recht op het kindgebonden budget bestaan.

 

Kindgebonden budget en co-ouderschap

Iedere ouder kan bij co-ouderschap veelal recht krijgen op een eigen kindgebonden budget (terwijl daar bij huwelijk geen recht op was), van soms wel honderden euro's per maand per ouder.

 

De wijziging van het aanvragerschap voor de kinderbijslag kan bij de SVB geregeld worden.

 

Een van de ouders gaat meer dan 8 dagen per 14 dagen voor de kinderen zorgen.

 

Als één van de ouders (over een heel jaar bezien) meer dan 4 dagen per week voor de kinderen zorgt (dat is meer dan 4x24 uur), zorgt de andere partner minder dan 3x24 uur per week voor de kinderen. Er is dan volgens de belastingdienst (zie hierna onder het kopje co-ouderschap) geen sprake van co-ouderschap.

De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de verzorgende ouder en de verzorgende ouder blijft rechthebbende op de kinderbijslag. Indien hij/zij dat niet al is, moet dit veranderd worden bij de SVB. 

 

De aanvrager van de kinderbijslag heeft indien er niet teveel inkomen is namelijk ook veelal recht op kindgebonden budget, een financiële tegemoetkoming van de overheid, die kan oplopen tot meer dan € 350,- per maand.

 

Co-ouderschap

 

Volgens de belastingdienst is er in de volgende situatie sprake van co-ouderschap:  "De dagelijkse opvang en opvoeding is ongeveer gelijk verdeeld als uw kind in een herhalend ritme bij beide ouders in totaal minimaal 156 dagen per kalenderjaar verblijft. Dit komt bijvoorbeeld neer op 3 dagen per week. Hiervoor kunnen ook dagdelen bij elkaar worden opgeteld. Is niet het hele kalenderjaar sprake van co-ouderschap, maar wel minimaal zes maanden? Dan wordt de 156-dageneis naar de tijd herrekend.'

 

Bij co-ouderschap, oftewel vrijwel gelijkelijk verdeelde zorg voor de kinderen, is het belangrijk goed te kijken wie de aanvrager van de kinderbijslag moet worden. De aanvrager van de kinderbijslag heeft indien er niet teveel inkomen is namelijk ook recht op kindgebonden budget, een financiële tegemoetkoming van de overheid, die soms wel € 400,- of meer per maand bedraagt.
 

Co-ouderschap: 1 kind

 

Als er één kind is, is het verstandig de ouder die het minste verdient de aanvrager van de kinderbijslag te laten worden. Deze ouder krijgt dan het kindgebonden budget, waardoor het inkomen tussen partijen meer genivelleerd wordt.

 

Ook is het kindgebonden budget afhankelijk van het fiscaal inkomen van de ouder. Tot circa 21.000 euro is dit bedrag maximaal. Daarna neemt het bedrag zeer langzaam af.

 

Co-ouderschap: 2 of meer kinderen

Bij co-ouderschap over twee kinderen moet er goed gekeken worden welke ouder de aanvrager van de kinderbijslag van elk kind wordt.

 

Vaak is het verstandig ieder van de partners aanvrager van de kinderbijslag te laten zijn van tenminste één kind.

Alleen wanneer één van de partner samenwoont, is dat minder verstandig. De alleenstaande ouder heeft bijna altijd recht op meer kindgebonden budget als er een kind bij hem/haar (meer) wordt ingeschreven omdat bij samenwoning de alleenstaande ouderkop van het kindgebonden budget niet meer van toepassing is en het inkomen van de samenwoners bij elkaar geteld wordt, waardoor er bij samenwoners bijna nooit meer recht is op kindgebonden budget.